Stopje uit het bad
Ik had een heel blog in mijn hoofd over de heerlijke middag die ik pas een paar dagen geleden doorbracht met mijn moeder en zusje. Dat we hadden geschaterd om de afzichtelijke Burberry jasjes, maatje 56, beginnend bij 200 euro. En dat we ondanks de evenzo bespottelijke prijzen bij Replay & Sons een fantastische kerstjurk voor onze mini-kapitein vonden (maar voor de bewuste 120 euro niet kochten, duh).
Als echte dames aten we taartjes bij de Bijenkorf, waar ik heel blij was dat ik gezelschap had, want de allenige zwangere dame naast me werd onmiddellijk lastig gevallen met “hoe lang nog” vragen door haar creepy buurman-taart-eter.
Na alle maandsalaris kostende kurkentrekkers op de keukenafdeling was het een verademing om even bij Xenos binnen te zijn. Mijn zuster schafte een siliconen taart- en cakevorm voor me aan en ineens waren we heel volwassen. Dat is zo leuk, dat we ondanks onze zes jaar leeftijdsverschil tegenwoordig even oud zijn!
Ik wilde ook schrijven over de geweldige rode jurk die D. voor zijn dochter meebracht uit China, en die ik hier wilde laten zien.
Over de nootmuskaatmolen die mijn tante een paar weken geleden in onze kakwinkelstraat kocht voor de lieve som van 22 euro maar die het nog geen dag had uitgehouden. Dat ik eerst op maandag terug ging om ‘m te ruilen, maar dat ze op maandag en dinsdag dicht zijn en ik me er al over verbaasde dat ze zich dat kunnen permitteren, maar ik kan niet in andermans bedrijfsfilosofie kijken dus ieder zijn ding etc.
Op vrijdag ging ik weer en het bediendemeisje verwees ons bijna bang door naar wat ik aanneem dat de bedrijfsleider moet zijn geweest. Die pakte het ding uit de verpakking en zei met een vies gezicht: “Maar deze is gebruikt.” Geduldig legde ik uit dat je een nootmuskaatmolen eerst moet gebruiken om te constateren dat ie in je handen uit elkaar valt. En dat ik een nieuwe wilde. Die ze niet meer hadden. Maar hij had nog wel een Peugeot-molen, dus ik nam aan dat ik die dan meekreeg als “vergelijkbaar exemplaar”, zoals mij tijdens mijn lidmaatschap van de Consumentenbond was aangeleerd.
“Dat is dan nog 7,50 euro extra alstublieft.” Geen enkel excuus voor het ongemak, of een “laten we elkaar halverwege tegemoet komen” verhaaltje. Ik voelde het bloed naar mijn wangen stijgen, maar besloot er niet aan toe te geven, het geld te overhadigen en NOOIT meer naar deze winkel terug te gaan. Als ik Joan Collins was geweest had ik hem gezegd dat hij “nooit meer een klant uit deze stad hoefde te verwachten.”
Ook had ik nog mooie foto’s van de lezing die ik zondag met D. en mijn ouders bezocht, in een uitgestorven Nationaal Archief in Den Haag. Waar de schrijfster van Het Pauperparadijs hooguit 15 toehoorders voorlas uit haar boek, die allemaal hun uiterste best deden na afloop nuttige vragen te stellen. Niemand van ons had eraan gedacht het bewuste boek mee te nemen, zodat wij nu nog altijd een handtekeningloos exemplaar in onze kast hebben staan. Een groot gemis, zoals u zult begrijpen.
Daarna aten we heel veel tapas ter ere van mijn moeders verjaardag. Vorig jaar op haar verjaardag zette ik de eerste Decapeptylspuit op een morsig Haags restauranttoilet. En nu moest ik de lastige vragen van moeder en zuster over de voornaam van het meisje ontwijken en steeds rechter op gaan zitten om nog wat chorizo en mozarella weg te werken. Bizar.
Maar in plaats van uitgebreid over deze gebeurtenissen te verhalen, tik ik nu naast een Afrikaansige dame (ze spreekt Frans vermengd met iets dat ik *evenmin* kan verstaan) die om de twee seconden twee druppels spuug in een bakje deponeert (alhoewel ik dat gelukkig niet kan zien, misschien gebruikt ze een handdoek of haar sokken) en daarna smakt en een diepe zucht slaakt. Ik weet hoe beroerd je je kan voelen als zelfs je eigen spuug je misselijk maakt (maar erger me desondanks dood). Een fijn vooruitzicht voor als je dat misschien zelf binnen twee dagen moet ondergaan, na een narcose.
Want... ik ben vanochtend opgenomen in het OLVG, het ziekenhuis van Oranjeprinsessen en Andere Beroemdheden (zoals Bridget M.! dan weet je het wel!). Na mijn eerste niet doorwaakte nacht in tijden werd ik rond half negen heerlijk uitgeslapen wakker van de voegenverwijderende bouwvakkers bij onze overburen en een binnenkomend sms’je van een vriend die graag nog even voor de bevalling wil afspreken.
Terwijl D. en ik nog wat kletsten over de feestjes en eetdates van de komende weken, de gordijnen die we willen bestellen, de wasdroger die moet komen en over aanrechtblad, gootsteen, kraan, kookplaat en afzuigkap, die onze aannemer over twee weken komt installeren, voelde ik ineens plas lopen. Nu was ik al lichtelijk incontinent tijdens overgeven, niezen en lachen (bekkenbodemspieren? ik weet niet eens waar die zitten – dat is niet voor OSM), maar rustig in bed liggend, dat was nieuw.
Ik kroop overeind. En D. en ik keken totaal verbaasd naar de natte plek in de matras. Terwijl ik lustig verder vloedgolfde. Het kwartje begon heeeeeel langzaam te vallen, vooral toen het op de wc lang na mijn miniplasje door bleef gaan. Hmmmm, genoeg details ☺
Terwijl D. ergens het kraampakket opdiepte voor die luiers-voor-moeders en een glas pakte voor het opvangen van wat – OMG – toch echt vruchtwater moest zijn, belde ik de verloskundige. Die onze kundige analyse bevestigde en meldde binnen een uur langs te komen (en of ik vooral niet zelf wilde gaan voelen... eh nee, bedankt). Ik besloot snel even te douchen en pas daarna in paniek te raken.
Wat gelukkig niet gebeurde, alhoewel het achteraf wat zinloos lijkt om als eerste prioriteit het uitzoeken van je kleinste babykleertjes te hebben. Die allemaal nog in plastic zitten, of in vloeipapier, of met minstens de kaartjes er nog aan.
Dat vind ik nog het ergste van nu al bevallen. Nee, het ergste vind ik dat ik niet nog een maand heb mogen genieten van mijn buik en inhoud. En daarna komt het gemis aan die paar weken tutten, waarin ik zo’n zin had.
Vanmiddag zou ik namelijk nog de zorg krijgen over mijn vriendins jongste (om te oefenen, terwijl zij met de twee grotere meiden een rondvaart ging maken). En morgen zou ik nog een keer naar mijn werk gaan om de ‘fysieke’ start van mijn grootste project mee te vieren. Maar daarna zou ik:
- in mijn nieuwe lekkere joggingbroek op de bank gaan liggen met een stapel Margrieten van schoonmama, M&M’s en door D. aangeleverde koppen thee naast me;
- het daartoe bedachte deel van het keukenblok leegruimen van wc-rollen en Nespresso-cups en daarin alle luiers op stapeltjes gaan leggen;
- onze zomerkleren uitzoeken en wegbergen;
- fotoboeken maken van de afgelopen 4328 vakanties en andere gebeurtenissen;
- alle kleertjes voor de eerste weken wassen in mijn nieuwe wasmachine en die per setje, of nee, op soort, of nee, op maat, nou ja, in ieder geval keurig gerangschikt in de middelste lade vleien;
- een nieuwe auto uitzoeken waarin we wellicht alle drie passen, in plaats van of twee volwassenen, of volwassene plus maxicosi in onze huidige voiture;
- een besluit nemen over wieg of ledikantje voor de eerste tijd en daarvoor de schattigste lakentjes en andere frutsels regelen;
- iedere dag naar de Hema gaan om een allerallerallerlaatste onmisbaar rompertje of mutsje te kopen;
- een geboortekaartje ontwerpen en een drukker zoeken (ieieieieieie! wat nu?).
+++++
Terug naar de verloskundige. Gisteren hadden we daar een afspraak, meteen na hun lunchuurtje. Vorige keer moest ik buiten wachten, omdat ze nog niet terug waren, dus het verbaasde me niet de deur nu ook weer gesloten te vinden. Na tien minuten werd het me echter te gortig, en ik belde aan. De schoonmaakster deed open en verklaarde dat ze “nog niemand had gezien”, waarop wij joviaal antwoordden dat we dan lekker in het zonnetje buiten zouden wachten. Vast een bevalling aan de gang, of zo.
Dus vermaakten we ons met het maken van foto’s van mij voor de kliniek, ons onderwijl verbazend over het feit dat het bankje niet meer buiten voor het raam stond, en dat het bureau binnen was vervangen door een vergadertafel. Totdat de schoonmaakster om kwart over twee nog eens naar ons toe kwam en vroeg met wie we eigenlijk een afspraak hadden.
Om een lang verhaal kort te maken: we stonden voor de verkeerde deur te wachten. Beschaamd giebelend vielen we bij de verloskundige, een identieke deur verderop binnen, die onze excuses zonder veel gedoe aanvaardde. Dan voel je je wel even (heel) dom met zijn tweeen...
Mijn bloeddruk was nog altijd goed, en de hartslag van het meisje ook. Maar ze kon niet goed bepalen waar nou het hoofd lag, gezien mijn nog altijd sterke buikspieren en het feit dat iedere aanraking in mijn liezen voor een harde buik zorgde. We kregen een afspraak voor een echo (jippie, dacht ik nog) voor aanstaande vrijdag, en dan volgende week maandag weer terug komen.
Wat nu dus niet gaat gebeuren. Want vanochtend stuurde de verloskundige ons meteen door naar het ziekenhuis – we kregen twintig minuten om wat spullen te pakken. Als een kip zonder kop pakte ik nog een vestje voor de baby (de baby!!! ieieie!!!), terwijl D. de maxicosi opviste uit de berging. Ik maakte snel ontbijt en hij gooide zijn laatste Chinaspullen (oh, wat ben ik blij dat hij terug is!!!) uit de koffer en stopte mijn inderhaast bijeengeraapte boeken en telefoonopladers erin.
Ondertussen ging ik nog altijd lekkend door het poppenhuis en eenmaal in de auto was het zeil eronder en broek uit. Voor een keer het lot tartend van altijd een schone onderbroek aan want als je in het ziekenhuis belandt etc.
In het ziekenhuis aanbeland had ik nog praatjes voor tien, en vrolijk liet ik de stoet co-assistenten, arts-assistenten (“u heeft een moeilijke buik”), verloskundigen, verpleegkundigen en zaalartsen aan me voorbij trekken. Tuurlijk, neem maar een kweekje van tussen mijn billen, urine in potje, CTG banden om en weer af. En haal vooral mijn doorweekte kraamverband uit de prullenbak zodat je het kunt uitwringen voor een paar druppels vruchtwater. Allemaal tres charmant in mijn gazen onderbroek met inlegluier. Dat is het voordeel van mijn icsi-historie: alle schaamte allang voorbij.
Het wachten was op de liggings- en hoe groot is het meisje echo, die een kwartiertje na de lunch zou moeten plaatsvinden. Onze superlieve (eigen) verloskundige was nog even langs geweest, maar had met drie zoenen afscheid genomen: die zien we pas na de bevalling weer tijdens de controles. Zo jammer: ik had de bevalling zo graag met haar, bij ons thuis gedaan. Net een paar dagen te vroeg. Plus een andere onvoorziene complicatie, waarover zo meteen meer.
De echo kwam pas uren later, want het duurde een tijd voordat de rust in de overige verloskamers was teruggekeerd. Ondertussen durfden we niets te doen, geen tas open te maken voor een spelletje of de laptop, omdat we “ieder moment” gehaald zouden kunnen worden.
Schuifelend ging ik uiteindelijk naar de andere kant van de gang. De arts in opleiding meldde dat ze nog niet zo goed wist hoe dat ging met echo’s en dat er dus ook een verloskundige bij zou zijn. Alsof we er niet bij waren trokken ze hun conclusies: heel weinig vruchtwater (daar denkt mijn dekbed thuis dus heel anders over) en... een stuitligging. Het kind heeft zichzelf nog weten om te draaien, maar kan door dat gebrek aan vruchtwater niet meer terug. Pas toen overviel de paniek me, maar dat merkte alleen D.
Zonder enige toelichting kregen we een foldertje over stuitbevallingen in handen gedrukt met de mededeling dat we zelf maar moesten kiezen tussen een natuurlijke bevalling of een keizersnede. De brochure, kort door de bocht, vond: keizersnede is beter voor de baby, een natuurlijke bevalling is beter voor de moeder. Maar echt iets uitmaken doet het niet, wordt geruststellend aangevuld. Dat helpt echt. Not.
Van de heerlijke eenpersoons verloskamer werd ik bij gebrek aan weeen overgebracht naar de kraamafdeling. Met een rolstoel, wat dan wel weer grappig was, omdat ik op mijn lekkage na nergens last van had.
D. en ik besloten te ontsnappen en eindelijk wat familie te bellen, die we pas als we iets te melden hadden uit hun zalige onwetendheid wilden halen. Vanochtend had ik mijn vriendin al gebeld om te zeggen dat we vanmiddag niet konden oppassen, en D. belde zijn Britse zakenpartner in China zodat die wist dat er de komende dagen niet veel gewerkt zal worden. “The water broke,” hoorde ik D. zeggen. Waarna het meteen over werk ging. Pas later bleek dat de beste kerel het had geinterpreteerd als een wederom ondergelopen kruipruimte in het poppenhuis *grijns*
D. duwde me in een rolstoel naar de koffiecorner in de polikliniek, lekker sneu voel je je dan in je lichtelijk natte broek, met vettig piekhaar en rode ogen. Ik wist dat ik zelf niemand kon bellen, want snikte al bij de aanblik van de donzige probeersnor van de brommerpuber die een stapel Parools bij de balie kwam brengen, en van mijn nu al plattere buik bij gebrek aan vruchtwater, en van de meneer met trillende handen naast ons die met zijn tanden probeerde een zakje chips open te krijgen.
Dus nam D. de honneurs waar, terwijl de tranen (bij mij) bleven stromen. Ik was zo optimistisch geweest vandaag, zelfs die maand te vroeg kon me niet echt deren. Maar als ik nu ook nog eens niet op de natuurlijke manier mag/kan bevallen, voel ik me helemaal beroofd van deze zeer goed mogelijk eenmalige gebeurtenis. Natuurlijk wil ik vooral een goede afloop voor ons allemaal, maar aan het begin van je verlof met een keizersnede bevallen, dat heeft niets te maken met mijn ideaalplaatje.






































































































Laatste reacties